Ingedeeld onder: Hersenspinsels
Correctie; blijkbaar begrijp ik mensen best goed. Roy in ieder geval wel.
Vannacht was zwaar. Voor mij, maar ook voor hem. Dit soort dingen zijn simpelweg niet gemakkelijk om te bespreken met zijn tweeën, zeker niet wanneer je al zo lang bij elkaar bent en dacht dat dat nog wel even zo zou blijven. Sommige dingen heb je echter niet in de hand. Cupido is niet om te kopen.
Het is nog niet definitief over, maar de dingen die je niet in de hand hebt, kun je vaak wel aanvoelen. En dit voel ik aan. Het doet zeer, maar ik geloof niet dat het al helemaal tot me doorgedrongen is. Het voelt nog zo ver weg. Ik had het einde nog helemaal niet aan zien komen.
En toch ook weer wel. Want toen hij het me vertelde, kreeg ik het wel koud, maar ik was niet verrast. Misschien was ik er ergens toch wel klaar voor. Ergens had ik het toch zien aankomen. Ik had alleen gehoopt dat het nog niet zo ver zou zijn, dat we nog een kans zouden krijgen.
Ik vind het overigens bijna cynisch dat ik de ene dag een weblog schrijf over hoe het zou moeten voelen om liefdesverdriet te hebben, en dat ik het de andere dag heb. En toch voelt het niet echt als verdriet. Meer als een verlies. Er zijn momenten dat ik het even zwaar heb, zoals wanneer ik het erover heb of wanneer ik bepaalde nummers op de radio voorbij hoor komen, maar voor de rest voel ik me eigenlijk voornamelijk heel leeg. Leeg, en totaal niet hongerig. Ik heb niet eens zin in friet, en dat zegt wat.
Ik maak me op voor de val naar beneden. Op dit moment heb ik het gevoel dat ik, zoals een stripfiguur, van een klif afgerend ben en nu nog even in het luchtledige ren, boven de afgrond. Wanneer ik naar beneden kijk, zal ik gaan vallen. En ik denk niet dat ik al naar beneden durf te kijken. Niet voordat het einde werkelijk daar is.
Maar wanneer het daar is, weet ik dat ik vrienden heb om op te vertrouwen. Toen ik hen vannacht sms’te dat het slecht ging tussen Roy en mij, kreeg ik al vanaf half 7 ’s morgens berichtjes terug, en dat maakte me warm vanbinnen;
Marije; Jezus mara <3 hoe komt dat zo? Wat is er gaande? Dat mag niet hoor o.o dikke kroel
Ik; Roy zijn gevoel is een beetje over.. En uiteindelijk is dat het belangrijkste natuurlijk…
Marije; Heeft hij dt gezegd? O.o dat komt toch niet door nieuwe collega he?
Ik; We hebben gisteren tot 2 uur zitten msnen, en hij zegt dat er neimand anders is. Ik moet hem even laten doen en dan zien we verder.
Marije; Wat ontiegelijk rot is dit =( ik hoop dat hij straks inziet dat jij je nìet mag missen, alles weer goedkomt en uiteindelijk een gele mini krijgen. echt kut zeg ._.
Ik; Mja dt hoop ik ook, mr ik denk dt het gwn over is. Want anders doe je het alleen nog mr voor wt je ooit voelde ipv voor wat je voelt. Dankjewel voor je steun <3
Natascha; *houdt vast* Het is compleet jullie zaak - mr geef niet te snel op? Wat is er gebeurd met jullie dromen? ._. Het gaat net beter met Olivier en mij… Laat het alsjeblieft ook mt jullie beter gaan? Dit voelt rot. Mail me alsj. over hoe t zit? En geef nt op ._. *geeft klein kusje* <3 xx, ikmisjou.
Linda; Liefie, dat is echt heel kut voor je, is nu een beetje lastig knuffelen want zit in salou maar zodra ik thuis ben krijg je echt een hele dikke! Denk aan jou! XX
Marcella; Awww, tjikje toch =( Ik you want kun je altijd langskomen of bellen of whatever je wilt… In ieder geval heel veel sterkte, x
En dat geeft mij steun, begrijp je? Gewoon het gevoel hebben dat er mensen zijn om me op te vallen wanneer ik ga vallen, zodat de klap wat minder hard aankomt. En uiteindelijk zal het dankzij hun steun ook weer beter gaan, hoewel ik de meerderheid natuurlijk in mijn eentje moet doen. Maar daar heb ik wel vertrouwen in. Juist sinds gisteren heb ik weer ontzettend de behoefte om te schrijven en zodra ik in Utrecht zit, ga ik daar ook zeker weer mee beginnen. Helemaal opnieuw. From scratch.
Ik hou van jullie.
Liefs,
Ingedeeld onder: Hersenspinsels
Ik stond in de deuropening van de winkel en keek naar hoe de regen buiten viel. Mensen renden voorbij met omgeklapte paraplu’s, snelden naar hun auto’s en lachten schaterend om hoe hun zomervakantie zo overduidelijk in het water viel. Ik kon er niet om lachen. Ik keek slechts; naar hoe de regen neerkletterde op de straten. Ze spoelde niet alleen de stenen schoon, maar ook de aarde daartussen.
Ik wenste op dat moment dat ik mijn brein daar ook neer kon leggen, op de stenen die het gewicht van vele mensen al gedragen hadden, zodat ik de modder er vanaf kon spoelen.
Ik begrijp mensen niet goed. Zelfs wanneer iemand iets zegt dat voor een ander compleet duidelijk is, dan nog moet ik vragen: “Hoe bedoel je dat?” Nonverbale communicatie is nog moeilijker te begrijpen, of dingen die zo geformuleerd zijn dat ze op duizenden manieren opgevat kunnen worden, en als ik dan niet durf te vragen wat de ander bedoelt uit angst dat het iets negatiefs is, dan worden de problemen groter en groter.
Het wordt tijd dat ik het “Als ik even niet lief voor je ben, betekent dat niet dat ik niet meer van je hou” wat beter ga begrijpen, want het lijkt nog niet tot me door te dringen. De modder moet van mijn brein af, zodat de ruis wat minder wordt. Ik wil nooit meer in paniek raken.
Maar het regent niet meer.
Ingedeeld onder: Hersenspinsels
Naast mijn bed staat een lavalamp, waar ik altijd naar staar als ik niet in slaap kan komen. Op een zekere manier brengt het oranje-blauwe licht me altijd tot rust, samen met het rijzen en terugvallen van de lavabellen. Er zit een bepaald patroon in het ritme waarin de bellen de reis naar boven maken. Soms voelt het net alsof ik naar een versnelde cyclus van eb en vloed lig te kijken.
Bovenin de cylindervormige lamp zweeft altijd nog een belletje dat te licht is om terug af te dalen naar de kolkende massa onder haar - een klein belletje dat eenzaam lijkt, totdat ze vergezeld wordt door een andere, grotere bel, die in een hoog tempo omhoog gestuwd wordt door de hitte. Ze draaien rond elkaar heen, maken contact, totdat ze versmelten tot één geheel.
Vervolgens wordt de bel bovenin de lamp zo zwaar dat het onderste deel begint te zakken en zich losrukt om naar beneden te zakken; opnieuw blijft er een klein belletje achter, misschien precies even groot als voorheen, maar zeer zeker in een andere samenstelling, want ze zal altijd een deel van de andere bel bij zich dragen.
En plotseling moest ik zo aan de liefde denken.
Een hele poos geleden sprak ik er met Natascha over hoe het zou voelen om liefdesverdriet te hebben; om iemand te verliezen die je als vanzelfsprekend bent gaan beschouwen, om weer volledig op jezelf aangewezen te zijn en de bodem van je bestaan onder je voeten te zien verdwijnen. We stelden ons voor dat het zou voelen zoals wanneer je een arm mist, of je benen, je hoofd, je romp, al je werkende organen - en je hart, vooral, want dat is waar de liefde werkelijk zit. We spraken over een onvoorstelbare leegte, het verliezen van redenen om nog op te staan in de morgen, het verliezen van een veilige haven, een thuis, en over de wanhoop die het verliezen van de enige constante in ons leven met zich mee zou brengen.
We bespraken het allemaal, maar we konden het ons gewoonweg niet voorstellen. En ik hoop ook dat ik het nooit hoef mee te maken, want al die keren dat ik dacht dat ik hem kwijt was waren al pijnlijk genoeg. En ik hou van hem, ook al is het even niet gezellig, en zelfs die kleine momenten waarop ik hem de grootste klootzak van de wereld vind, wegen niet op tegen al het geluk en zonlicht dat hij met zich meebrengt.
Dus Roy, ik hou van jou. En ik weet dat je dit niet leest, maar het geeft me een goed gevoel om het hier neer te zetten. Zodat ik het zelf niet kan vergeten.
Niet dat ik dat doe. Maar toch.
Ingedeeld onder: Brieven
Hallo!
Ten eerste wil ik even zeggen dat ik wordpress echt stom vind op het moment, want ik ben van layout geswitch’t omdat ik in mijn oude de banner niet meer kon zien, maar nu zie ik hem al evenmin. Maargoed, ik laat deze nog maar even staan… Als iemand van jullie enig idee heeft wat ik fout doe, let me know o.o’
Ten tweede wil ik even zeggen dat ik me ervoor schaam dat ik mijn weblog zo lang verwaarloosd heb - en ik kan je verzekeren dat ik daar wel degelijk mijn redenen voor heb, maar ik vond dat ik op mijn vrije zondagmiddag best wel eventjes kon laten weten hoe het nou eigenlijk met me gaat. En wat er allemaal gebeurd is in de tijd dat ik er niet was. En voor het gemak doe ik dat eventjes puntsgewijs ^^
Ik werk heel hard voor een toekomst waarvoor ik niet bang meer ben.
Ik draai op het moment een vijftigurige werkweek. Ik werk vier dagen 7,5 uur in een kledingwinkel en ik sta vijf/zes avonden ongeveer 5 uur in het restaurant. En ik loop op woensdagmiddag terras van 10 tot 4. Dat komt na een simpel rekensommetje uit op 30 + 25 + 5 en blijkbaar kon ik dat simpele sommetje zelf niet eens uitrekenen want dat zijn dus geen vijftig uren, maar zestig. En als je bekijkt dat er 7 x 24 = 168 uren in een week zitten, ik er daarvan (slechts) 7 x 7,5 = 52,5 slaap, dan blijven er nog maar 168 - 52,5 = 115 uren over om te eten, te douchen, mijn haar te doen en te werken aan mijn kamertje in Utrecht - want die heb ik namelijk gevonden, een paar weken geleden.
En dan komen we dus op het punt waarom ik zo godsgruwelijk veel werk, want mijn kamer kost 310 euro per maand. Dat is een boel geld. Daarom is het handig dat ik nu een spaarpotje maak zodat ik niet halverwege het jaar zonder geld kom te zitten - snap je?
Mijn kamer is overigens geweldig. Hij zit in een groot gebouw dat vroeger een pakhuis was, is 12m2 groot, heeft een eigen keukenblokje EN een vensterbank die zo diep is dat je erin kunt zitten. Bovendien zit het echt aan de rand van het centrum en kan ik gemakkelijk naar mijn school toe lopen, als ik dat zou willen. Ik ga steeds meer voor me zien hoe mijn studentenleven nu eigenlijk gaat worden en dat is wel een prettig idee, op zich. Het is weer eens tijd voor iets nieuws.
Ik ben op vakantie geweest en leer Roy steeds weer beter kennen
Op 4 juli vertrok ik met schoonmoeder en Roy op vakantie naar Bretagne, waar we twee weken zouden blijven, en dat was relaxed. En leerzaam. Want als je twee weken lang de hele tijd met elkaar opgescheept zit, dan leer je patronen te herkennen, en na verloop van tijd (bij mij duurt dat altijd een poosje) leer je ook hoe je met die patronen om moet gaan - en dat was volgens mij best wel nodig, omdat ik af en toe ontzettend paranoia kan zijn wat betreft de dingen die ik Zijn Buien* noem. Als hij me niet terug sms’t, kortaf doet op MSN of zichzelf eventjes terugtrek omdat ik al 24 uur rond hem heen stuiter, dan denk ik direct dat hij boos op me is oid. En dat is stom, dus ik ben blij dat ik hem steeds beter ga begrijpen omdat we inmiddels alweer tien maanden samen zijn en het daar wel eens tijd voor ging worden. En omdat het me wat geestesrust geeft, want van dat paranoia zijn word je zo ontzettend moe. Dus ik hoop dat het zo goed blijft gaan tussen ons ^^
*en eigenlijk zijn die Buien geen Buien, want eigenlijk is Roy nooit boos op me, maar die buien interpreteer ik als buien dus eigenlijk ligt het probleem volledig bij mezelf.
Ik heb inzicht verkregen in het fenomeen dat zich mijn writersblock noemt.
Ja! Eindelijk! Het is al lang geleden sinds ik iets geschreven heb dat enigszins fatsoenlijk was - in september had ik mijn eerste writersblock, halverwege oktober heb ik het weer opgepakt tot en met december, waarna mijn inspiratie en schrijfzin weer ver te zoeken waren. In februari startte ik deze weblog, om te proberen toch min of meer schrijvende te blijven, maar na mei kwamen er zelfs geen goede weblogstukjes meer in me op, met als gevolg dat ik het hier al een maand heb zitten verwaarlozen. Met al mijn verstand. Je zou het bijna niet geloven.
Máár. Ik heb inzicht verkregen.
Toen ik aan Onderhandelen met de Hemel begon, deed ik dat uit alle onschuld. Ik schreef nog simpel, gewoon primaire zinnen (snap je wat ik bedoel? o.o) en gedachten en alles gewoon heel simpel en vrolijk en vooral lúchtig, want dat was het toen nog. Gevangen in de Eeuwigheid begon precies hetzelfde, maar halverwege het tweede deel begon ik het heerlijk te vinden om mijn zinsconstructies zo ingewikkeld mogelijk te maken en voor ieder woord een vergezocht synoniem te vinden. Op zich was dat nog niet eens zo erg, want het schrijven ging nog steeds als een trein en ondanks dat veel mensen het onwijs irritant vonden om het te lezen, had ik er nog steeds plezier in.
Nee, het echte probleem kwam geloof ik toen ik een beetje vorderde met Tegen Beter Weten In; omdat ik me toen ging bezighouden met hoeveel lettergrepen er in een zin moesten om hem lekker te laten lopen en waar de klemtonen moesten vallen en dan óók nog mooie woorden te gebruiken - dat was gewoon niet te doen. Schreef ik op het begin zes pagina’s OMDH op een dag, op een gegeven moment was dat anderhalf kantje TBWI, en daar werd ik chagrijnig van. Denk ik. Ik ging gewoon te hoge eisen stellen aan de vorm van het schrijven terwijl ik uit het oog verloor wat er eigenlijk gezegd moest worden. Daarom schreef ik mezelf vast.
De oplossing; terug naar de basis. De vorm laten vallen en schrijven wat ik wil schrijven - niet plompverloren, maar ook niet in een korset gehesen. Het gaat heel moeilijk worden om me dat weer aan te wennen, denk ik, maar dit blogbericht is er een goed begin van en zodra het nieuwe schooljaar (en tevens mijn nieuwe leven) begint, wil ik me er weer eens aan wagen, want ik kan niet ontkennen dat ik het ontzettend mis.
Heel veel liefs,
Neko.
Ingedeeld onder: Hersenspinsels
Zijn wij te jong om in eeuwige liefde te geloven?
Of zijn we juist te oud?
Zijn wij naïef dat we denken altijd bij elkaar te zullen blijven? Dat we durven hopen dat de vlam tussen ons nooit zal doven? Dat wij van elkaar houden terwijl we de ware definitie van die woordgroep wellicht compleet onderschatten? Dat wij er met elkaar voor willen gaan terwijl er nog zoveel andere mogelijkheden voor ons open liggen? Dat wij samen willen zijn terwijl er zoveel andere mensen bestaan? Dat wij geloven in altijd terwijl we beide nog zo jong zijn?
Wel, dan zijn we maar naïef.
Of jong en onervaren.
Want als wij erin geloven, wat doet de rest er dan nog toe?
Ingedeeld onder: Songtekstbewerking
Het is een blauw huis, gelegen aan een heuvel, waar men te voet kan komen. Je hoeft niet te kloppen, want zij die daar wonen, hebben de sleutel reeds lang weggeworpen.
Men vindt elkaar er terug na jarenlange reizen en eet vervolgens gezamelijk; iedereen is daar om vijf uur ’s avonds.
Zwemmend door de nevel; verstrengeld, rollend door het vochtige gras, zullen zij de klanken van Tom’s gitaar en Phil’s kena beluisteren, totdat de nacht uiteindelijk inktzwart kleurt.
Meer mensen zullen aankomen om alles te vertellen over een persoon dat over een jaar of twee weer terug zal keren; omdat hij gelukkig is, zal iedereen rustig in slaap vallen.
Het is een blauw huis, gegrift in mijn geheugen, waar men te voet kan komen. Je hoeft niet te kloppen; zij die er wonen, hebben de sleutel reeds lang weggeworpen;
Bewoond door lange haren, grote bedden en muziek; bewoond door licht en bewoond door gekken is zij altijd achtergebleven en overeind blijven staan.
Wanneer San Francisco in elkaar stort.
Ingedeeld onder: Hersenspinsels
Soms is het vreemd om te zien wat voor uitwerkingen schijnbaar kleine besluiten kunnen hebben. Waarschijnlijk kan iedereen wel een voorbeeld uit zijn eigen ervaringen noemen; je bevindt je in rustig vaarwater, doet iets dat op het eerste gezicht heel onschuldig lijkt en - POEF - je belandt in een stroomversnelling, of neemt een onverwachte bocht. Een minuscule beslissing kan een grote wending in het leven betekenen, en vaak heb je dat op het moment van het beslissen niet eens door. Dergelijke besluiten zijn meestal ook zo ontzettend onbenullig dat het bijna lachwekkend is als je terugkijkt op het effect van het besluit.
Zo was het ook bij ons.
Voor die ene avond in Juni, in Mâcon, Frankrijk, waren we gewoon drie meisjes die elkaar kenden van school en het toevallig goed met elkaar konden vinden.
We waren gewoon drie meisjes.
Meer niet.
We waren op kamp naar de Provence en stopten die eerste avond in Mâcon omdat de buschauffeur de reis niet in één keer mocht maken. Er waren nog veel meer meiden; vriendinnen waarmee we het misschien nog wel beter konden vinden dan met elkaar, maar wij waren de enigen die na het avondeten nog even naar de supermarkt wilden op zoek naar handcrème, omdat het water in Frankrijk zo onwennig was.
Dat feit; dat stompzinnige besluit om met zijn drieën naar de supermarkt terug te keren, was de eerste reden dat wij de Drie Musketiers werden.
We bleven veel langer weg dan we aanvankelijk gedacht hadden, gewoon omdat het zo gezellig was. We kochten een doos malteserijsjes waarvan we nog niet eens de helft op aten, een handcrème die mijn budget eigenlijk oversteeg en een aantal flesjes rosébier, omdat we vonden dat dat onmisbaar was op onze eerste, warme avond in Frankrijk. We vierden ons eigen feestje.
Veel alcohol kregen we niet binnen (want we moesten het flesje openmaken met een electriciteitskastje waardoor de helft van het bier eruit spoot, en dat halve flesje deelden we tenslotte met zijn drieën) maar we waren ontzettend relaxed en los die avond. Met het nog naschuimende flesje waren we in het midden van een grasveld gaan zitten en praatten we, alsof we elkaar al jaren kenden, totdat de zon uiteindelijk begon te verdwijnen en het te koud werd om nog buiten te zijn.
Tessa dacht dat we teveel gedronken hadden.
Dat was niet zo.
We zijn geen enkel moment dronken geweest, ook niet toen we een fles witte wijn kidnapten naar het speeltuintje op de camping en tot ver in de avond lagen te kletsen over wie we nou eigenlijk waren. We dronken wel, maar niet overvloedig. Er vloeiden eerlijk gezegd meer tranen dan alcohol.
Alleen wij kenden de hele waarheid.
Tessa niet.
Die hele verdere week in de Provence bleven we samen, omdat die eerste avond in Mâcon en het hele gedoe rondom die avond van Tessa’s kant ons in een kamp gedrongen had. En eigenlijk vonden we dat helemaal niet erg.
De verdere zomervakantie bleven we met elkaar afspreken en ook toen de school weer begon, bleven wij de Drie Musketiers. In de pauzes bivakeerden we in de studieruimte, we maakten tripjes naar Antwerpen en Breda en hadden voornamelijk heel veel lol. We waren drie heel verschillende personen, met heel andere karakters en verscheidene levens, maar toch werkte onze vriendschap. Misschien wisten we niet alles van elkaar en verborgen we sommige delen van onze levens, maar over het algemeen wisten we waar we aan toe waren en naar wie we het best toe konden stappen met bepaalde problemen. De één kon beter naar me luisteren, de ander was beter in het geven van advies om mijn problemen op te lossen en beide waren ze meesters in opvrolijken.
In principe vormden we één goed functionerend geheel.
Nu onze wegen zich gaan scheiden, bestaat de kans dat ik hen los zal moeten laten. Onze levens zullen nog verscheidener worden, evenals onze interesses en karakters en wellicht groeien we zodanig uit elkaar dat het goed functionerend geheel verstoord wordt.
Misschien zijn we na deze zomer wel weer gewoon drie meisjes die het toevallig goed met elkaar kunnen vinden, net zoals voordat we naar de Provence gingen.
Misschien worden we weer gewoon drie meisjes.
En misschien ook niet.
Want ik moet leren vasthouden.
Ingedeeld onder: Hersenspinsels
Er zijn momenten waarop
ik zo intens leef
dat ik geen woorden meer kan schrijven;
dat ik geen zinnen meer kan vormen;
dat de verhalen stokken in mijn toetsenbord
en de gedichten in mijn pen.
Nu is zo’n moment.
Maar ik geniet,
met volle teugen.
En ooit kom ik weer terug.
Ingedeeld onder: Hersenspinsels
In februari schreef ik over het missen van vliegers die ik al jaren eerder had losgelaten; vliegers waarvan ik had gehouden, waarmee ik lief en leed gedeeld had en die ik altijd had gewaardeerd, in voor en tegenspoed. Ik had hun koorden doorgesneden terwijl er tal van manieren waren om hen te behouden, naast de nieuwe vliegers die zich aan mijn vingers regen, maar ik was welwillend blind geweest voor die mogelijkheden. Zonder erbij na te denken, maar toch met mijn volle verstand, had ik hen het luchtruim laten verkiezen. En pas na een aantal jaren begon ik me te realiseren dat ik graag wilde dat ze terug zouden komen.
De laatste paar weken op de middelbare school hebben me zoveel duidelijk gemaakt wat betreft de mensen die me echt dierbaar zijn en de mensen die mijn vrienden waren zolang de tijd zou resten. Dat besef kwam pas op het allerlaatste moment, in de laatste paar seconden van een uur dat zes jaar lang doortikte, maar alsnog kwam het op tijd. Na de zomervakantie zullen onze wegen zich onherroepelijk scheiden, maar dan zal ik alsnog iets van hen bezitten, op de één of andere manier; een herinnering die nooit zal vervagen, iets dat ervoor zal zorgen dat wij elkaar nooit meer zullen vergeten.
Ik herstel de banden, en dat voelt zo verschrikkelijk goed.
Natuurlijk kan ik niets met zekerheid zeggen, want de toekomst is nu eenmaal geen zekerheid, maar de kans is nu een stuk kleiner dat we elkaar over een aantal jaren tegen zullen komen en ons slechts de verloren uren zullen herinneren. Misschien verliezen we elkaar uit het oog, misschien verliezen we het contact, maar dan nog zal ik altijd hun vlieger vasthouden.
I’ll hold on to my kites.
Ingedeeld onder: Hersenspinsels
Ik ben naïef, destructief, obsessief, agressief en maak graag van een mug een olifant; ik ben lui, vergeetachtig, onattent en ongeïnteresseerd; i don’t take no for an answer; ik ben jaloers, bezitterig, opdringerig, aanhankelijk en een rasechte egoïst; ik ben onintelligent, onwetend, kinderlijk maar geenszins onschuldig; ik ben een aansteller, een flapuit en een roddelaarster; ik ben ijdel, veeleisend, maar op geen enkele manier perfectionistisch; ik ben vaak te ingetogen maar nog veel vaker veel te energiek; ik ben afleidend, irritant en een aadachtstrekker; ik huil om de kleinste dingen en word boos om niets; ik ben ongemotiveerd, ontevreden en soms ongelukkig zonder reden; ik ben humeurig, chagrijnig, vol verdriet, intens angstig en - wanneer mijn zonnetje het niet meer doet - donkerder dan het diepste zwart.
Maar ik ben ook sterk, en daarom weet ik dat ik de kracht heb om mezelf uit alle mogelijke putten te hijsen en mezelf zodanig te veranderen dat die eigenschappen naar de achtergrond verdwijnen. Want ik ben ook spontaan, vrolijk, kleurrijk, lief, en bovendien de wederhelft van iemand waarvan ik houd, wat zodoende betekent dat ik hier niet voor niets ben.