Over helden en Orion

april 3, 2009

i.
ik ben een meisje
en ik ben bang voor
onweer maar desondanks
is vliegen mijn grootste
hartenwens.

ii.
ik ben een meisje
met honderden vlekjes op mijn lichaam
waarin ik sterrenbeelden ontwaar:

ik speur al jaren naar orion maar hij
verstopt zich op mijn huid en de constellatie die
ik vond op mijn ontdekkingsreis fluisterde
onafgebroken dat de wereld mij
uiteindelijk vergeten
zou.

iii.
ik ben een meisje
en soms is mijn hart te
klein voor de dingen die
erin moeten.

iv.
ik ben een meisje
en ik ben bang voor dingen
die pijn doen.

soms lijkt het alsof de aarde
en ik vervlochten zijn en dat mijn
hart een niemandsland vol
bommenkraters is.

v.
ik ben een meisje
en ik zou willen dat er nog
peter pannen en merlijnen bestonden.

en helden,
want iedereen roept om ‘change’
maar dat komt er nooit.

vi.
ik ben een meisje
en soms vraag ik me af of
de dood misschien net zo bang
is voor mij als ik
voor hem.

vii.
ik ben een meisje
en als ik in de spiegel kijk zie ik
een antiheld met cassiopeia op haar arm
en diezelfde vervloeking in haar
zwartomsluierde ogen.

en brede schouders,
maar niet breed genoeg om de
wereld te dragen.

viii.
ik ben een meisje
en jaren geleden had ik witte
strepen op mijn arm die
deden denken aan
vallende sterren.

maar cassiopeia viel niet
en ik vloog al evenmin.

ix.
ik ben een meisje
en ik leef slechts
voor de liefde.

x.
ik ben een meisje
en soms vind ik de wereld
een hele enge plaats maar ik weet
dat ik hem zou kunnen
redden als ik
dat durfde.

xi.
ik ben een meisje
en de grootste kleine held in mijn
leven snapt niet dat liefde de enige
drug is die een mens
nodig heeft.

ik zou willen dat
ik de heroïne van zijn
leven was.

xii.
ik ben een meisje
en altijd als ik bij nacht naar de hemel
staar zou ik willen dat ik cassiopeia van mijn huid kon
gummen en orion in haar plaats
kon zetten.

hoogmoed maakt de wereld lelijk.
een strijder op mijn arm zou pas echt
een bron van inspiratie zijn.

xiii.
ik ben een meisje
en in augustus heb ik een
overdosis liefde genomen.

xiv.
ik ben een meisje
en ondanks mijn angsten wil ik
orions riem en een zwarte cape
om door de nacht te buitelen en
met een injectiespuit vol liefde
alle slechteriken weer lief
te maken.

xv.
ik ben een meisje
en ik wil de wereld.
(redden)

Bekentenis

maart 18, 2009

Ik mag je.
Nee. Ik mag je niet.
Ik moet je. Dat bedoel ik.

Ik heb je lief.
Nee. Heb ik niet.
Ik word je lief. Dat voel ik.

Ik ga met jou.
Nee. Ga ik niet.
Ik sta je bij. Beloof ik.

Ben stapel op je.
Hou je vast.
Ik. Hou. Van. Jou.

Geloof ik.

 

(Bart Moeyaert – Verzamel de liefde)

Arc en Ciel

februari 25, 2009

Soms zou ik willen dat ik een regenboog was: dat ik altijd met mijn hoofd in de wolken zweefde en kon uitkijken over de aarde; dat ik een kleurensymfonie was die je alleen maar kan beluisteren als regen en zonneschijn elkaar omhelzen; dat ik van druilerige februaridagen in de randstad een paradijs kon maken; dat kinderen weliswaar hun ogen tot spleetjes zouden moeten knijpen om mijn kleuren te kunnen zien afsteken tegen de blauwe hemel maar dat ze mij alsnog mooier vonden dan de zon; dat niemand me pijn zou kunnen doen omdat ik alleen uit licht en waterdruppeltjes bestond; dat ik auto-ongelukken zou veroorzaken omdat iedereen een glimp van me wilde opvangen en dat men naar mij zou wijzen en vervolgens tegen elkaar zou zeggen: “Kijk, daar, aan de horizon, op de plek waar ze de grond raakt – laten we daar goud gaan zoeken.”

Kleurrijk spook

november 25, 2008

Vanmorgen fietste ik op mijn roze fiets naar school en ik droeg gele schoenen en een paarse jas en ik voelde me het enige kleine beetje kleur in de koude, grote, grijze stad terwijl ik ijswolkjes voor me uit blies.

Even later bevond ik me in een ruimte die de echo’s van kennis en gelach en chaos weerkaatste tegen mijn hoofd en ik heb me nog nooit zo eenzaam en gedesoriënteerd en doorzichtig gevoeld als toen.

En op dit moment lig ik in mijn bed te luisteren naar muziek die mijn gedachten afleidt terwijl ik me afvraag hoe het zo kan zijn dat niets in mijn leven lijkt te kloppen behalve mijn hart. En een conclusie heb ik niet.

x x x

mei 6, 2008

We stonden op het topje
van de wereld, tussen
ijsschotsen en open wit
en de leegte van een eenzaamheid
die wij niet konden voelen.

En toch stonden we
in vuur en vlam.

Verdwijnpunt

mei 3, 2008

We liepen over het spoor terwijl het langzaam avond werd, jij aan de ene kant en ik aan de andere, balancerend over de roestige rails met onze schoenen in de hand. In de verte schitterde de oneindigheid, op de plaats waar de hemel en de spoorlijn samensmolten, evenals alle wezenlijke dingen die in dat moment gevangen waren. Voor een kort moment waren daar enkel jij en ik. De symboliek zinderde naast de drukkende warmte – alles zinderde, zowel tijd als ruimte. Het was bijna magisch.

Ik verloor mijn evenwicht en stapte naast het spoor; jij lachte en leidde me terug tussen de bomen, op zoek naar een oneindigheid die minder balans vereiste.

En ik geloof dat we die gevonden hebben.

2 am in the morning

april 10, 2008

De duisternis was bijna voelbaar toen ik mijn ogen open deed en trachtte me te bedenken waar ik was. Het duurde even voordat de herinneringen aan de vorige avond en middag tot me door begonnen te dringen; terwijl de contouren van je slaapkamer langzaam zichtbaar voor me werden, realiseerde ik me echter dat het jouw bed was waarin ik mijn lichaam te rusten gelegd had – samen met jou.

Ik draaide me op mijn andere zij, weg van de muur, en zag dat je nog altijd naast me lag. Je was bleek door het duister, je haren verward, je ogen gesloten, beeldschoon. Ik weet nog dat ik me afvroeg hoe een mens in godsnaam zo mooi kon zijn – want je leek wel een engel, zo sereen. Een ogenblik bleef ik naar je staren, geboeid door de lijnen in je gezicht, en na die paar slapende seconden drukte ik een kleine kus op je wang. Vervolgens draaide ik me terug naar de muur en sloot ik mijn ogen wederom, in een poging de slaap opnieuw te vatten.

Het duurde echter nog geen fractie van een seconde voordat ik je naast me voelde bewegen. Je schoof steeds iets dichterbij, langzaam, totdat ik de warmte van je lichaam tegen dat van mij kon voelen. Je arm glipte rond mijn middel en ik voelde hoe je me vasthield, nog bevangen door de slaap, wat het misschien nog wel mooier maakte – alsof je geheel instinctief handelde. En op dat moment besefte ik me opnieuw hoeveel ik van je hou.

Met vlinders in mijn buik viel ik opnieuw in slaap, totdat het uiteindelijk weer morgen werd.

Extasy

april 9, 2008

Mijn zintuigen staan op scherp door de gigantische hoeveelheid adrenaline die door mijn aderen dendert; de kleuren om me heen zijn scherper, ieder geluid klinkt helder en elke aanraking, hoe klein ook, tintelt alsof we samen onder stroom staan. Mijn ademhaling is versneld, mijn hart hamert tegen dat van jou. Zonder te bewegen laten wij de wereld sneller draaien, elkaars adem inademend totdat er geen zuurstof meer over is en we slechts elkaar nog hebben.

Je bent als een drug; alleen jij hebt het vermogen me tot grote hoogten te brengen, maar ook om me met één woord over de rand te werpen. Wanneer ik echter in zo’n gat beland, weet ik dat ik altijd terug kan komen voor een nieuwe dosis en dat jij me die zal geven – dat jij de kleuren om mij heen opnieuw feller zult doen lijken en dat we samen opnieuw onder stroom zullen staan, onze zintuigen bedwelmd en tegelijkertijd zo scherp.  

Ik zal je nooit los kunnen laten, zelfs al zou je me dwingen dat te doen.

I’m addicted to you.

De hal

april 7, 2008

Tussen galmende echo’s verdrink ik, mijn oren suizend en verdoofd. Ik luister naar niemand die tussen de glazen wanden staat; hun woorden glijden van me af alsof zij van water zijn, vallen neer rond mijn voeten. Ondertussen dwaalt mijn blik telkens af van de sprekende gezichten voor me, op zoek naar een gelaat dat zoveel meer spreekt dan woorden.

Ik zie je, klein tussen de lange gestaltes rondom je, je ogen groot en je haren donker. Mijn blik is vastgeroest.

Zag ik dat je keek of wilden mijn hersenen mij dat doen geloven?

Ik wend mijn blik weer af naar de sprekende gezichten, tracht me te concentreren op de weerklinkende verhalen, met de gedachte aan jou nog in mijn achterhoofd. Je droeg een nieuw shirt, van een kleur die tussen vaalblauw en grijs in lag, met een tekst erop die ik niet kon lezen. Het stond je goed.

Ik zag je niet meer, die dag, maar je was constant in mijn hoofd; misschien niet direct, maar wel onderhuids, alsof jouw naam evenals die tientallen gesprekken een steeds weerklinkende echo in mijn onderbewuste was.

Maar morgen zie ik je weer.

Vrij

april 7, 2008

Zij kunnen poëzie maken uit gevalen bladeren, schilderingen uit helder zonlicht, liederen uit de zilveren schijn van de nacht en de mooiste theaterstukken uit het drama des levens. Zij hebben niets, maar tegelijkertijd ook alles. Er wordt medelijdend op hen neergekeken, ofschoon zij de meest vrije mensen op deze wereld zijn en alle wijsheid op aarde bezitten ; want zij weten dat de aarde niet om liefde draait.

De aarde draait om zijn as.

En het zijn juist deze mensen die ons het eerst verlaten, want de hemel kan niet draaien, en zal dat ook nooit doen.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.