x
januari 4, 2009
Lieve Roy.
Op het moment dat ik dit schrijf, mis ik je meer dan wat dan ook. Ik mis je lach, de twinkeling in je ogen, je armen om me heen en de lieve woordjes die recht uit je hart kwamen, het gevoel van je lippen op mijn huid, het kriebelen van je pas geknipte haren op mijn gezicht, het diepe geluid van je stem en het geborgen gevoel dat je me gaf. Ik kan me niet voorstellen dat er iemand bestaat die me hoger zou kunnen laten zweven dan jij en dat maakt dat iedere ademstoot, iedere hartslag, zo zinloos lijkt te zijn als jij er niet bij bent. En dat klinkt misschien dramatisch, maar ik wil gewoon dat jij je beseft hoeveel je voor mij betekent. Ik had nooit gedacht dat ik iemand zozeer kon missen.
Soms denk ik wel eens dat je een deel van mij geworden bent. Men zegt dat wanneer je van iemand houdt, diegene een deel van jouw hart bezit, zodat er een stukje van mij in jou klopt en een stukje van jou in mij. En het klopt, op allebei de wijzen waarop je dat woord kunt interpreteren. Het is net alsof het zo behoorde te zijn. Ik zou mijn hart aan niemand anders durven toevertrouwen dan aan jou, want ik weet dat jij de enige bent die begrijpt hoe je met mijn hart moet omgaan, zelfs al heb je één keer uit je handen laten glijden.
Ik wil je graag bedanken voor alles dat je voor ons gedaan hebt – en dat doe ik maar zo, op een plaats waar je het nooit zult lezen, omdat ik denk dat het je zal generen als ik het je face to face zeg. Ik wil je bedanken voor het feit dat je er altijd voor me bent als ik je nodig heb en dat ik altijd kan rekenen op een stel warme armen om me heen als ik me rot voel. Ik wil je bedanken voor het feit dat je me de tijd gegeven hebt om je te leren kennen en je te begrijpen, want gezien je zo anders bent dan ik, duurde dat wel even. Ik wil je bedanken voor het feit dat je bent teruggekomen toen je je besefte dat het nog lang niet over was tussen ons en ten slotte wil ik je ook bedanken omdat je me in de eerste plaats in mijn eentje achterliet, want dat heeft mijn hart sterker en groter gemaakt, waardoor ik nu nog meer van je kan houden dan voorheen.
Liefs,
Mara.
(P.S. i can’t see me loving nobody but you for all my life)
x
november 4, 2008
Lieve God,
In mijn hoofd brandde altijd een gloeilampje; een peertje dat zijn beste tijden al lang geleefd had, maar ondanks alles nog genoeg licht verspreidde om details te kunnen onderscheiden. Onder dat lampje stond een gigantisch bureau van donker hout, bezaaid met lege vullingen en een heel regenwoud aan vellen papier. De stilte was er bijna tastbaar; ze tintelde, vol van onbeschreven woorden, zinnen, metaforen en stijlfiguren. Het lampje maakte dat ze zichtbaar werden, zodat ik hen kon vangen en kon neerschrijven op papier, zodat ze onsterfelijk werden.
In die kleine ruimte werkte ik altijd, soms wel dagen aan een stuk, totdat een aantal maanden geleden het peertje begon te knipperen en van tijd tot tijd zelfs helemaal uitviel. In dat kleine kamertje in mijn hoofd werd alles aardedonker en onzichtbaar. Het peertje kon niet meer.
Waarom is dat, God? Hoe kan het dat iets dat altijd zo vanzelfsprekend was, opeens verdwijnt? Vroeger was het zo gemakkelijk: ik pakte een pen en liet mijn verhaalwereld zich voor me ontvouwen terwijl ik schreef. Ik vond voor ieder detail de juiste woorden. Soms was het net alsof ik in een roes geraakte; dan was ik zo diep verzonken in mijn verhaalwereld dat ik het niet hoorde als iemand mijn naam riep, of het niet merkte wanneer er iemand tegenover me kwam zitten. Ik had vaak het gevoel dat ik ontzettend ver weg was van alles, en dat was vet, God, enorm vet. Ik was net een machine. En toen plots kwam er iemand die me mens maakte en sindsdien is niets meer hetzelfde geweest.
En echt God, ik vind het fijn om mens te zijn, maar ik voel me gewoon een beetje leeg, soms. Op de dag dat het lampje stuk ging, is er voor mijn gevoel een hele wereld vergaan; een droomwereld waarin ik mezelf kon zijn en waarin ik me thuis voelde. In deze wereld is geen plaats voor mij, lijkt het wel. Ik zwerf maar een beetje rond, zonder idee waar ik vandaan kom en waar ik naartoe moet. En ik heb inmiddels een toevluchtsoord gevonden bij iemand van wie ik heel erg veel houd, maar niets is zeker wanneer het om liefde gaat. Morgen is hij misschien mijn thuis al niet meer.
Die onzekerheid is iets waar ik heel moeilijk mee om kan gaan, God. Ik ben continu op zoek naar bevestiging en ben bang om mensen teleur te stellen, en dat is hard, soms. Men zegt altijd dat dat soort dingen overgaan wanneer je de puberteit achter je hebt gelaten, maar dat is niet zo. Iedereen blijf last hebben van die dagen waarop alles zinloos lijkt, of waarop we ons intens alleen voelen. Ik kan me voorstellen dat zelfs U daar af en toe last van heeft. Het moet afschuwelijk zijn om iedere dag op de wereld te moeten neerkijken en Uzelf af te moeten vragen of U wel de juiste keuzes gemaakt hebt toen U de aarde schiep.
Maar weet U wat, God, ik vind de aarde best mooi. Soms is het niet de plaats waar ik het liefste zou willen zijn, maar het is wel de wereld waarin mijn ouders wonen, en mijn vrienden, en waar mijn toevluchtsoord is. Ondanks dat ik me hier niet altijd thuis voel, vind ik het prachtig om hier te zijn. Ik zie mezelf niet als een zwerver, maar meer als een reiziger, en langzamerhand kom ik steeds dichterbij mijn bestemming, waar dat dan ook mag zijn. Maar ik voel dat ik dichterbij kom, iedere dag een beetje.
En ik beloof u dat wanneer u mij mijn verhaalwereld teruggeeft, dat ik de echte wereld niet zal vergeten en dat ik verder zal reizen, totdat ik daar ben waar ik behoor te zijn.
Heel veel liefs,
Mara.
Hoe het gaat.
juli 28, 2008
Hallo!
Ten eerste wil ik even zeggen dat ik wordpress echt stom vind op het moment, want ik ben van layout geswitch’t omdat ik in mijn oude de banner niet meer kon zien, maar nu zie ik hem al evenmin. Maargoed, ik laat deze nog maar even staan… Als iemand van jullie enig idee heeft wat ik fout doe, let me know o.o’
Ten tweede wil ik even zeggen dat ik me ervoor schaam dat ik mijn weblog zo lang verwaarloosd heb - en ik kan je verzekeren dat ik daar wel degelijk mijn redenen voor heb, maar ik vond dat ik op mijn vrije zondagmiddag best wel eventjes kon laten weten hoe het nou eigenlijk met me gaat. En wat er allemaal gebeurd is in de tijd dat ik er niet was. En voor het gemak doe ik dat eventjes puntsgewijs ^^
Ik werk heel hard voor een toekomst waarvoor ik niet bang meer ben.
Ik draai op het moment een vijftigurige werkweek. Ik werk vier dagen 7,5 uur in een kledingwinkel en ik sta vijf/zes avonden ongeveer 5 uur in het restaurant. En ik loop op woensdagmiddag terras van 10 tot 4. Dat komt na een simpel rekensommetje uit op 30 + 25 + 5 en blijkbaar kon ik dat simpele sommetje zelf niet eens uitrekenen want dat zijn dus geen vijftig uren, maar zestig. En als je bekijkt dat er 7 x 24 = 168 uren in een week zitten, ik er daarvan (slechts) 7 x 7,5 = 52,5 slaap, dan blijven er nog maar 168 – 52,5 = 115 uren over om te eten, te douchen, mijn haar te doen en te werken aan mijn kamertje in Utrecht – want die heb ik namelijk gevonden, een paar weken geleden.
En dan komen we dus op het punt waarom ik zo godsgruwelijk veel werk, want mijn kamer kost 310 euro per maand. Dat is een boel geld. Daarom is het handig dat ik nu een spaarpotje maak zodat ik niet halverwege het jaar zonder geld kom te zitten – snap je?
Mijn kamer is overigens geweldig. Hij zit in een groot gebouw dat vroeger een pakhuis was, is 12m2 groot, heeft een eigen keukenblokje EN een vensterbank die zo diep is dat je erin kunt zitten. Bovendien zit het echt aan de rand van het centrum en kan ik gemakkelijk naar mijn school toe lopen, als ik dat zou willen. Ik ga steeds meer voor me zien hoe mijn studentenleven nu eigenlijk gaat worden en dat is wel een prettig idee, op zich. Het is weer eens tijd voor iets nieuws.
Ik ben op vakantie geweest en leer Roy steeds weer beter kennen
Op 4 juli vertrok ik met schoonmoeder en Roy op vakantie naar Bretagne, waar we twee weken zouden blijven, en dat was relaxed. En leerzaam. Want als je twee weken lang de hele tijd met elkaar opgescheept zit, dan leer je patronen te herkennen, en na verloop van tijd (bij mij duurt dat altijd een poosje) leer je ook hoe je met die patronen om moet gaan – en dat was volgens mij best wel nodig, omdat ik af en toe ontzettend paranoia kan zijn wat betreft de dingen die ik Zijn Buien* noem. Als hij me niet terug sms’t, kortaf doet op MSN of zichzelf eventjes terugtrek omdat ik al 24 uur rond hem heen stuiter, dan denk ik direct dat hij boos op me is oid. En dat is stom, dus ik ben blij dat ik hem steeds beter ga begrijpen omdat we inmiddels alweer tien maanden samen zijn en het daar wel eens tijd voor ging worden. En omdat het me wat geestesrust geeft, want van dat paranoia zijn word je zo ontzettend moe. Dus ik hoop dat het zo goed blijft gaan tussen ons ^^
*en eigenlijk zijn die Buien geen Buien, want eigenlijk is Roy nooit boos op me, maar die buien interpreteer ik als buien dus eigenlijk ligt het probleem volledig bij mezelf.
Ik heb inzicht verkregen in het fenomeen dat zich mijn writersblock noemt.
Ja! Eindelijk! Het is al lang geleden sinds ik iets geschreven heb dat enigszins fatsoenlijk was – in september had ik mijn eerste writersblock, halverwege oktober heb ik het weer opgepakt tot en met december, waarna mijn inspiratie en schrijfzin weer ver te zoeken waren. In februari startte ik deze weblog, om te proberen toch min of meer schrijvende te blijven, maar na mei kwamen er zelfs geen goede weblogstukjes meer in me op, met als gevolg dat ik het hier al een maand heb zitten verwaarlozen. Met al mijn verstand. Je zou het bijna niet geloven.
Máár. Ik heb inzicht verkregen.
Toen ik aan Onderhandelen met de Hemel begon, deed ik dat uit alle onschuld. Ik schreef nog simpel, gewoon primaire zinnen (snap je wat ik bedoel? o.o) en gedachten en alles gewoon heel simpel en vrolijk en vooral lúchtig, want dat was het toen nog. Gevangen in de Eeuwigheid begon precies hetzelfde, maar halverwege het tweede deel begon ik het heerlijk te vinden om mijn zinsconstructies zo ingewikkeld mogelijk te maken en voor ieder woord een vergezocht synoniem te vinden. Op zich was dat nog niet eens zo erg, want het schrijven ging nog steeds als een trein en ondanks dat veel mensen het onwijs irritant vonden om het te lezen, had ik er nog steeds plezier in.
Nee, het echte probleem kwam geloof ik toen ik een beetje vorderde met Tegen Beter Weten In; omdat ik me toen ging bezighouden met hoeveel lettergrepen er in een zin moesten om hem lekker te laten lopen en waar de klemtonen moesten vallen en dan óók nog mooie woorden te gebruiken – dat was gewoon niet te doen. Schreef ik op het begin zes pagina’s OMDH op een dag, op een gegeven moment was dat anderhalf kantje TBWI, en daar werd ik chagrijnig van. Denk ik. Ik ging gewoon te hoge eisen stellen aan de vorm van het schrijven terwijl ik uit het oog verloor wat er eigenlijk gezegd moest worden. Daarom schreef ik mezelf vast.
De oplossing; terug naar de basis. De vorm laten vallen en schrijven wat ik wil schrijven - niet plompverloren, maar ook niet in een korset gehesen. Het gaat heel moeilijk worden om me dat weer aan te wennen, denk ik, maar dit blogbericht is er een goed begin van en zodra het nieuwe schooljaar (en tevens mijn nieuwe leven) begint, wil ik me er weer eens aan wagen, want ik kan niet ontkennen dat ik het ontzettend mis.
Heel veel liefs,
Neko.
x
mei 12, 2008
Lieve Peter Pan.
Ik heb geen idee of je je nog kunt herinneren dat ik je ooit geschreven heb, want je hebt tot op de dag van vandaag nog altijd niet op mijn briefje gereageerd, maar ik wil je graag zeggen dat het niet meer nodig is om mij te ontvoeren naar Nooitgedachtland. Ik ga later met Roy op een heel groot landgoed wonen, met daarop een fijn en knus huisje met een torentje waarin ik kan schrijven en een hele grote tuin vol appelbomen die in de lente vol bloesem staan – en onder één van die bomen gaan we dan trouwen, ik in een witte jurk en hij in zijn gilet, en dan creëren we ons eigen Nooitgedachtland wel.
Liefs,
Neko.
x
april 24, 2008
Lieve God,
Mijn vader zei pas dat het misschien wel door u kwam dat ik op zaterdagmorgen zonder enige vorm van zenuwen het Sint Janskerkhof nummer 18 binnen stapte, dat u me kracht had gegeven zodat ik me van mijn beste kant zou kunnen laten zien. Ik weet nog niet of het geholpen heeft, maar ik vind het wel heel lief dat u er voor me was, op dat moment. Plotseling durfde ik vanuit het niets contacten te leggen, vond ik het niet eng mijn teksten voor te lezen voor een groep mensen en was ik zelfs voor het één-op-één-gesprek niet bang. Eveneens vond ik het op maandagavond geen wereldramp dat ik al mijn nieuwe vrienden weer los moest laten – want ik denk dat ik instinctief wel wist dat wanneer u het echt zou willen, ik hen ooit weer zal weerzien, hetzij op de HKU of daarbuiten.
En gisteren realiseerde ik me dat u me nog steeds niet losgelaten hebt; ik voel nog altijd een zekere kracht branden, een vlammetje in het diepste van mijn ziel welke ervoor zorgt dat ik geen angst meer voel. Want ik ben echt niet bang meer, God, niet voor mijn examens, niet voor Utrecht en niet voor het feit dat mijn herfstvlieger zijn gouddraad kapot trekt, omdat ik inmiddels heb leren vertrouwen. Hij zal me niet verlaten, evenals u me niet verlaat. Roy en ik zijn nu, na precies zeven maanden, eindelijk in evenwicht, denk ik. In ieder geval geloof ik in hem en in de toekomst, hoewel ik over dat laatste nog niet zoveel wil nadenken. Mijn leven is nu.
In ieder geval wil ik u bedanken dat u me kracht geeft en altijd bij me bent, als een klein vlammetje in mijn diepste binnenste. Ik zal u beschermen zolang ik kan.
Amen.
En P.S; ik zal u zo snel mogelijk laten weten of ik ben toegelaten. Maar waarschijnlijk weet u dat tegen die tijd al lang.
x
maart 24, 2008
Lieve Peter Pan.
Gisterenavond heb ik je schaduw gevonden, en die krijg je pas van me terug als je me meeneemt naar Nooitgedachtland. Ik ben dan misschien niet zo leuk als Wendy, maar ik wil net zomin volwassen worden als zij en ik wil ook weg uit deze stomme grotemensenwereld. En als je bang bent dat ik ruzie krijg met Tink omdat ik jij de enige bent die ik heb op dat moment, dan moet je zorgen dat Roy ook mee kan, anders kan ik niets beloven.
Bij voorbaat dank,
Neko.
Lieve Mingo
maart 4, 2008
Lieve Mingo,
Ik heb je slechts vijf maanden gekend van die jaren die je al achter de rug had voordat Roy mij leerde kennen, maar ik vond het een fijne tijd. Op het begin was ik bang voor je, want ik hou niet van honden en jij was ook nog eens zo gigantisch groot, maar op een gegeven moment leerde ik dat je geen vlieg kwaad deed. De enige vervelende trekjes die je had, waren dat je op mijn schoenen kwijlde en witte haren op mijn zwarte jas achterliet, maar stiekem vond ik dat eigenlijk alleen maar grappig.
Die vijf maanden dat ik je gekend heb, waren ook je laatste; en ondanks dat ik je niet goed gekend heb, ben je in die korte tijd toch een vlieger van me geworden. Het was weliswaar een kleine, groezelige en oude vlieger waarvan ik de katoenen draad niet eens herkend had tussen alle anderen, maar je was een vlieger, en dat wil een boel zeggen. Ik heb nooit gemerkt dat je daar zat, maar nu jouw koord zo opeens is doorgesneden, mis ik je des te meer. Het was altijd zo vanzelfsprekend dat je er was wanneer we de voordeur open gooiden, dat je op ons wachtte, dat je rondom Roys enkels rondsprong als hij alles uit zijn broekzakken op de glazen tafel gooide en dat je altijd voor de deur lag te luieren als ik weer naar huis moest. Het is vooral Roys verdriet dat maakt dat ik dit met vertroebelde ogen schrijf, maar ook ik zal je aanwezigheid missen.
Ik weet nog dat ik je afgelopen woensdag vroeg om alsjeblieft niet dood te gaan, maar ik begrijp dat het jouw tijd was. Het koord was te ver afgesleten. Ik hoop in ieder geval dat je fijn zult varen op de wind en uiteindelijk vér boven de wolken terecht komt, op een plaats waar het mooi is.
Jij was een stukje van Roy dat hij nu voor altijd zal moeten missen, en om die reden ben ik blij dat ik je gekend heb. En ik zal je eveneens ontzettend missen.
Liefs,
Mara.