Animals
mei 28, 2009
I’m driving black on black; just got my license back. I’ve got this feeling in my veins this train is coming off the track. I’ll ask polite if the devil needs a ride because the angel on my right ain’t hanging out with me tonight.
I’m driving past your house. While you were sneaking out I got the car door opened up so you can jump in on the run. Your mom don’t know that you were missing; she’d be pissed if she could see the parts of you that I’ve been kissing.
*
You’re beside me on the seat, got your hand between my knees and you control how fast we go by just how hard you wanna squeeze. It’s hard to steer when you’re breathing in my ear but I got both hands on the wheel while you got both hands on my gears.
By now, no doubt that we were heading south; I guess nobody ever taught her not to speak with a full mouth - ’cause this was it, like flicking on a switch - it felt so good I almost drove into the ditch.
just acting like we’re animals
We were parked out by the tracks; we’re sitting in the back and we just started getting busy when she whispered “What was that?” The wind, I think, ’cause no one else knows where we are and that was when she started screamin’ “That’s my dad outside the car!”
Oh please, the keys, they’re not in the ignition, they must have wound up on the floor while we were switching our positions. I guess they knew that she was missing as I tried to tell her dad it was her mouth that I was kissing.
We’re just a couple of animals
Ain’t nothing wrong with it
We’re never gonna quit.
whisperings of love we lost and found along the way
mei 22, 2009
Op woensdagavond vond ik mezelf terug op een plaats waar ik een jaar geleden ook gezeten had, samen met jou, en ik dacht aan alle dingen die er sinds dat ogenblik gebeurd waren; ik dacht aan alle emotionele achtbanen die we hadden geprobeerd te overleven, de tranen, de onzekerheid, het moment waarop je dacht dat het leven mooier was zonder mij en vervolgens het moment waarop je je besefte dat dat niet zo was, maar voornamelijk dacht ik aan alle intense ogenblikken van Houden Van die we steeds weer tegenkwamen tussen de ups en downs, en toen trok ik de conclusie dat het nu allemaal veel beter is. Veel, veel beter.
Falling Down
mei 15, 2009

I already told you that falling is easy.
It’s getting back up that becomes the problem.
Ordinary day
mei 11, 2009
Het was gewoon een dag, een doodnormale dag
Die zijn pad probeerde te vinden.
Hij was gewoon een jongen, een doodnormale jongen,
Behalve dan dat hij onafgebroken naar de hemel staarde.
En toen hij me vroeg of ik met hem mee wilde gaan
Begon ik me te realiseren dat hij iedere dag vindt
Waar hij aanvankelijk naar op zoek ging.
Hij straalt zoals een vallende ster dat doet.
En hij zei: “Neem mijn hand en leef zolang je dat nog kunt.
Zie je dan niet dat al je dromen zich reeds in de palm van je hand bevinden?”
Als hij sprak gebruikte hij doodnormale woorden,
Hoewel ze geenszins zo aandeden want
ik voelde me zoals ik me nog nooit eerder gevoeld had.
Je zou zweren dat ze magische krachten bezaten.
En als ik mijn ogen naar hem opsloeg
Hield zijn blik de mijne altijd even vast en
Dan wist ik dat hij geen vreemde was, omdat
Ik het gevoel had hem al jaren te kennen.
En hij zei: “Neem mijn hand en leef zolang je dat nog kunt.
Zie je dan niet dat al je dromen zich reeds in de palm van je hand bevinden?”
Het was gewoon een droom, een doodnormale droom,
Dacht ik toen ik opnieuw ontwaakte.
En die jongen, die doodnormale jongen;
Was dat dan allemaal verbeelding?
Heeft hij dan wel gevraagd of ik met hem mee wilde gaan -
Het leek allemaal zo werkelijk.
Maar toen ik opkeek, zag ik hem bij deur staan,
Met een deal in zijn opengespreide armen.
En hij zei: “Neem mijn hand en leef zolang je dat nog kunt.
En als we nu op pad gaan zullen we dit land verdelen en veroveren.”
Psychobabble
mei 6, 2009
Ik zit al een hele tijd naar dit schermpje te staren, met mijn vingers zwevend boven mijn toetsenbord, hopend dat ik geraakt zou worden door een plotselinge shock of lightening van inspiratie, maar tot mijn grote spijt gebeurt er niets. Er gaat geen enkel lampje branden in mijn hoofd, niets schiet me te binnen – helemaal niets. Mijn inspiratie heeft me in de steek gelaten (of andersom misschien, dat weet ik niet precies) en om die reden ga ik vandaag een lange blog schrijven over helemaal niets, of – wellicht – over een heleboel. Dat zullen we moeten bezien.
Ik geloof dat ik voeger best een eenzaam meisje was. In groep 7 werd ik in de steek gelaten door mijn toenmalige beste vriendin en vanaf dat moment had ik geen vaste grond meer onder mijn voeten - niemand op wie ik kon terugvallen. Ik heb een tijdje in mijn eentje rondgedwaald in de realiteit, maar toen ik in de zomervakantie van 2001 in contact kwam met de wereld van J.K Rowling, was de uitweg gemakkelijk te vinden. Ik verloor mezelf in de wereld van Zweinstein en Magie en Heldendom en noemde mezelf Liz, want dat was wie ik wilde zijn. Ik kroop in mijn huid, droomde over wat zij meemaakte en schreef haar verhaal op. Ik vluchtte in haar personage – niet omdat ik ongelukkig was, maar gewoon omdat ik de echte wereld een beetje eenzijdig vond, soms.
Toen er na mijn laatste jaar op de basisschool geen brief van Zweinsteins Hogeschool voor Hekserij en Hocus Pocus kwam, stierf er een stukje in mij. Toen ik naar de Middelbare school ging, begon ik me ieder jaar iets meer te verdiepen in mijn fictieve wereld: ik verzon karakters en creëerde een wereld waarin ik kon verdwijnen zodra ik daar de kans toe had. In de realiteit maakte ik nieuwe vrienden en stortte ik een fundament voor de toekomst, en droeg ik een masker met een plastic glimlach, maar daaronder was ik een schizofreen in zevenvoud.
Op een gegeven moment zette mijn fictieve leven zo ver door dat ik zelfs begon te schrijven onder de les, simpelweg omdat ik het niet kon loslaten. Ik had geen idee wat er in de levens van mijn vriendinnen omging, omdat ik iedere vrije minuut spendeerde op papier. Op een gegeven moment raakten Maren en ik zo met elkaar vervlochten dat de realiteit soms niet meer te onderscheiden viel van wat ik allemaal verzonnen had. Ik had geen eigen identiteit meer, en hoewel dat angstaanjagend klinkt, voelde het eigenlijk wel veilig.
En toen kwam de liefde.
Vanaf het moment dat de Liefde mijn leven inwandelde, in zijn driekwartsbroek en met zijn ongekamde haren, trad mijn writersblock in werking. Mijn masker werd van mijn gezicht af getrokken en vanaf dat moment kreeg het zonlicht de kans om mijn ogen te raken; pas toen besefte ik me dat de realiteit en mijn fictieve wereld niet zo ver van elkaar vandaan lagen. Soms probeer ik me nog te verdrinken in mijn eigen creaties, maar ik merk steeds meer dat dat niet meer gaat, simpelweg omdat ik in de Liefde alles gevonden heb waar ik in mijn verhalen naar op zoek was.