?

Zijn wij te jong om in eeuwige liefde te geloven?
Of zijn we juist te oud?

Zijn wij naïef dat we denken altijd bij elkaar te zullen blijven? Dat we durven hopen dat de vlam tussen ons nooit zal doven? Dat wij van elkaar houden terwijl we de ware definitie van die woordgroep wellicht compleet onderschatten? Dat wij er met elkaar voor willen gaan terwijl er nog zoveel andere mogelijkheden voor ons open liggen? Dat wij samen willen zijn terwijl er zoveel andere mensen bestaan? Dat wij geloven in altijd terwijl we beide nog zo jong zijn?

Wel, dan zijn we maar naïef.
Of jong en onervaren.
Want als wij erin geloven, wat doet de rest er dan nog toe?

San Francisco

Het is een blauw huis, gelegen aan een heuvel, waar men te voet kan komen. Je hoeft niet te kloppen, want zij die daar wonen, hebben de sleutel reeds lang weggeworpen.

Men vindt elkaar er terug na jarenlange reizen en eet vervolgens gezamelijk; iedereen is daar om vijf uur ’s avonds.

Zwemmend door de nevel; verstrengeld, rollend door het vochtige gras, zullen zij de klanken van Tom’s gitaar en Phil’s kena beluisteren, totdat de nacht uiteindelijk inktzwart kleurt.

Meer mensen zullen aankomen om alles te vertellen over een persoon dat over een jaar of twee weer terug zal keren; omdat hij gelukkig is, zal iedereen rustig in slaap vallen.

Het is een blauw huis, gegrift in mijn geheugen, waar men te voet kan komen. Je hoeft niet te kloppen; zij die er wonen, hebben de sleutel reeds lang weggeworpen;

Bewoond door lange haren, grote bedden en muziek; bewoond door licht en bewoond door gekken is zij altijd achtergebleven en overeind blijven staan.

Wanneer San Francisco in elkaar stort.

Musketiers

Soms is het vreemd om te zien wat voor uitwerkingen schijnbaar kleine besluiten kunnen hebben. Waarschijnlijk kan iedereen wel een voorbeeld uit zijn eigen ervaringen noemen; je bevindt je in rustig vaarwater, doet iets dat op het eerste gezicht heel onschuldig lijkt en - POEF - je belandt in een stroomversnelling, of neemt een onverwachte bocht. Een minuscule beslissing kan een grote wending in het leven betekenen, en vaak heb je dat op het moment van het beslissen niet eens door. Dergelijke besluiten zijn meestal ook zo ontzettend onbenullig dat het bijna lachwekkend is als je terugkijkt op het effect van het besluit.

Zo was het ook bij ons.

Voor die ene avond in Juni, in Mâcon, Frankrijk, waren we gewoon drie meisjes die elkaar kenden van school en het toevallig goed met elkaar konden vinden.
We waren gewoon drie meisjes.
Meer niet.

We waren op kamp naar de Provence en stopten die eerste avond in Mâcon omdat de buschauffeur de reis niet in één keer mocht maken. Er waren nog veel meer meiden; vriendinnen waarmee we het misschien nog wel beter konden vinden dan met elkaar, maar wij waren de enigen die na het avondeten nog even naar de supermarkt wilden op zoek naar handcrème, omdat het water in Frankrijk zo onwennig was.

Dat feit; dat stompzinnige besluit om met zijn drieën naar de supermarkt terug te keren, was de eerste reden dat wij de Drie Musketiers werden.

We bleven veel langer weg dan we aanvankelijk gedacht hadden, gewoon omdat het zo gezellig was. We kochten een doos malteserijsjes waarvan we nog niet eens de helft op aten, een handcrème die mijn budget eigenlijk oversteeg en een aantal flesjes rosébier, omdat we vonden dat dat onmisbaar was op onze eerste, warme avond in Frankrijk. We vierden ons eigen feestje.

Veel alcohol kregen we niet binnen (want we moesten het flesje openmaken met een electriciteitskastje waardoor de helft van het bier eruit spoot, en dat halve flesje deelden we tenslotte met zijn drieën) maar we waren ontzettend relaxed en los die avond. Met het nog naschuimende flesje waren we in het midden van een grasveld gaan zitten en praatten we, alsof we elkaar al jaren kenden, totdat de zon uiteindelijk begon te verdwijnen en het te koud werd om nog buiten te zijn.

Tessa dacht dat we teveel gedronken hadden.
Dat was niet zo.
We zijn geen enkel moment dronken geweest, ook niet toen we een fles witte wijn kidnapten naar het speeltuintje op de camping en tot ver in de avond lagen te kletsen over wie we nou eigenlijk waren. We dronken wel, maar niet overvloedig. Er vloeiden eerlijk gezegd meer tranen dan alcohol.
Alleen wij kenden de hele waarheid.
Tessa niet.

Die hele verdere week in de Provence bleven we samen, omdat die eerste avond in Mâcon en het hele gedoe rondom die avond van Tessa’s kant ons in een kamp gedrongen had. En eigenlijk vonden we dat helemaal niet erg.

De verdere zomervakantie bleven we met elkaar afspreken en ook toen de school weer begon, bleven wij de Drie Musketiers. In de pauzes bivakeerden we in de studieruimte, we maakten tripjes naar Antwerpen en Breda en hadden voornamelijk heel veel lol. We waren drie heel verschillende personen, met heel andere karakters en verscheidene levens, maar toch werkte onze vriendschap. Misschien wisten we niet alles van elkaar en verborgen we sommige delen van onze levens, maar over het algemeen wisten we waar we aan toe waren en naar wie we het best toe konden stappen met bepaalde problemen. De één kon beter naar me luisteren, de ander was beter in het geven van advies om mijn problemen op te lossen en beide waren ze meesters in opvrolijken.
In principe vormden we één goed functionerend geheel.

Nu onze wegen zich gaan scheiden, bestaat de kans dat ik hen los zal moeten laten. Onze levens zullen nog verscheidener worden, evenals onze interesses en karakters en wellicht groeien we zodanig uit elkaar dat het goed functionerend geheel verstoord wordt.
Misschien zijn we na deze zomer wel weer gewoon drie meisjes die het toevallig goed met elkaar kunnen vinden, net zoals voordat we naar de Provence gingen.
Misschien worden we weer gewoon drie meisjes.

En misschien ook niet.
Want ik moet leren vasthouden.

Mis me niet ^^

Er zijn momenten waarop
ik zo intens leef
dat ik geen woorden meer kan schrijven;
dat ik geen zinnen meer kan vormen;
dat de verhalen stokken in mijn toetsenbord
en de gedichten in mijn pen.

Nu is zo’n moment.

Maar ik geniet,
met volle teugen.
En ooit kom ik weer terug.

Gemis II

In februari schreef ik over het missen van vliegers die ik al jaren eerder had losgelaten; vliegers waarvan ik had gehouden, waarmee ik lief en leed gedeeld had en die ik altijd had gewaardeerd, in voor en tegenspoed. Ik had hun koorden doorgesneden terwijl er tal van manieren waren om hen te behouden, naast de nieuwe vliegers die zich aan mijn vingers regen, maar ik was welwillend blind geweest voor die mogelijkheden. Zonder erbij na te denken, maar toch met mijn volle verstand, had ik hen het luchtruim laten verkiezen. En pas na een aantal jaren begon ik me te realiseren dat ik graag wilde dat ze terug zouden komen.

De laatste paar weken op de middelbare school hebben me zoveel duidelijk gemaakt wat betreft de mensen die me echt dierbaar zijn en de mensen die mijn vrienden waren zolang de tijd zou resten. Dat besef kwam pas op het allerlaatste moment, in de laatste paar seconden van een uur dat zes jaar lang doortikte, maar alsnog kwam het op tijd. Na de zomervakantie zullen onze wegen zich onherroepelijk scheiden, maar dan zal ik alsnog iets van hen bezitten, op de één of andere manier; een herinnering die nooit zal vervagen, iets dat ervoor zal zorgen dat wij elkaar nooit meer zullen vergeten.

Ik herstel de banden, en dat voelt zo verschrikkelijk goed.

Natuurlijk kan ik niets met zekerheid zeggen, want de toekomst is nu eenmaal geen zekerheid, maar de kans is nu een stuk kleiner dat we elkaar over een aantal jaren tegen zullen komen en ons slechts de verloren uren zullen herinneren. Misschien verliezen we elkaar uit het oog, misschien verliezen we het contact, maar dan nog zal ik altijd hun vlieger vasthouden.

I’ll hold on to my kites.

Balans

Ik ben naïef, destructief, obsessief, agressief en maak graag van een mug een olifant; ik ben lui, vergeetachtig, onattent en ongeïnteresseerd; i don’t take no for an answer; ik ben jaloers, bezitterig, opdringerig, aanhankelijk en een rasechte egoïst; ik ben onintelligent, onwetend, kinderlijk maar geenszins onschuldig; ik ben een aansteller, een flapuit en een roddelaarster; ik ben ijdel, veeleisend, maar op geen enkele manier perfectionistisch; ik ben vaak te ingetogen maar nog veel vaker veel te energiek; ik ben afleidend, irritant en een aadachtstrekker; ik huil om de kleinste dingen en word boos om niets; ik ben ongemotiveerd, ontevreden en soms ongelukkig zonder reden; ik ben humeurig, chagrijnig, vol verdriet, intens angstig en - wanneer mijn zonnetje het niet meer doet - donkerder dan het diepste zwart.

Maar ik ben ook sterk, en daarom weet ik dat ik de kracht heb om mezelf uit alle mogelijke putten te hijsen en mezelf zodanig te veranderen dat die eigenschappen naar de achtergrond verdwijnen. Want ik ben ook spontaan, vrolijk, kleurrijk, lief, en bovendien de wederhelft van iemand waarvan ik houd, wat zodoende betekent dat ik hier niet voor niets ben.

Negentien Vijf

Voor sommige mensen is 19 mei 2008 een doodgewone maandag; zo’n dag waarvoor je je wekker weer moet zetten; zo’n dag waarop je je college overslaat omdat het weekend net iets te heftig was; zo’n dag waarop je om zes uur ’s morgens aan kunt sluiten in de file naar de randstad toe of zo’n dag waarop je steevast de bus mist omdat je toch per ongeluk nog vergeten was je wekker goed in te stellen. Maandag is voor veel mensen een nieuw begin van een nieuwe week, een dag waarop alles weer overnieuw begint, in een cyclus die voor lange tijd dezelfde zal blijven.

Voor mij (en ik niet alleen - er zijn duizenden anderen voor wie dit ook geldt) betekent 19 mei 2008 ook een nieuw begin; niet het begin van een cyclus, maar het begin van het einde. Natuurlijk klinkt dit dramatischer dan het is, maar het is echt waar, wanneer je deze zin op woordniveau probeert te verklaren en niet naar de beladen literaire betekenis kijkt.

Op 19 mei 2008 beginnen de eindexamens Havo en VWO en beginnen wij met het afronden van een reis die zes jaar heeft geduurd. Of ja, we gaan proberen die reis af te ronden. Want zeker weten dat we slagen doen we ook niet allemaal, hoe goed we er ook voor staan; en dat is niet eens omdat we de leerstof niet beheersen, maar omdat we zodanig zenuwachtig zijn dat we zomaar overvallen zouden kunnen worden door een blackout, of dat onze concentratie ons na twee uur best wel eens in de steek zou kunnen laten. De mogelijkheden zijn eindeloos.

Maargoed - eigenlijk kwam ik hier niet om te vertellen hoe vervelend het is dat ik in een momentopname moet gaan laten zien wat ik waard ben, maar om uiteen te zetten hoe groot de kansen zijn dat ik de middelbare school eindelijk achter me ga mogen laten. Ik heb mijn cijferlijst namelijk gepakt en nu ga ik eens kijken wat ik moet halen om te slagen.

Nederlands; 3,6 (7.6 voor een 8; 5.6 voor een 7)
Piece of cake, geloof ik ^^

Frans; 3,5 (7.5 voor een 8; 5.5 voor een 7)
Piece of cake’er ^^

Duits; 3,2 (7.2 voor een 8; 5.2 voor een 7)
Als dat me niet lukt, heb ik écht gefaald ^^”

Engels; 4.3 (8.3 voor een 8; 6.3 voor een 7)
… moet kunnen, toch?

Geschiedenis; 5.1 (9.1 voor een 8; 7.1 voor een 7)
Dit zou ik moeten kunnen. De onderwerpen zijn vervelend, maar het examen van vorig jaar ging best veel in op de theorie ipv op inzicht, dus als ik die boekjes uit mijn kop leer, moet ik het kunnen halen. Het staat me alleen tegen dat ik me DRIE UUR LANG op ONRECHT moet gaan zitten concentreren en dat haat ik ^^”

Aardrijkskunde; 4,4 (8.4 voor een 8; 6.4 voor een 7)
Lijkt heel laag, is het niet. Bij de oefenexamens snapte ik de vraagstelling niet eens, laat staan dat ik wist wat ik erop moest antwoorden.

Wiskunde; 4,5 (8.5 voor een 8; 6.5 voor een 7)
Dat zou ook moeten kunnen, als ik alle onderwerpen maar uit elkaar kan houden en de normale verdeling leer begrijpen. Maar dat komt wel goed. Hoop ik.

DUS. Ik ga gewoon slagen, aight? ^^ Ik zal het even afkloppen, voor de zekerheid, maar ik vind gewoon dat ik het ga halen, want dan kan ik daarna lekker in Utrecht gaan wonen en nieuwe vrienden maken en Marije uitnodigen in mijn cribb en thee drinken bij Joanne en heel veel winkelen.
Of niet. [/geldtekort]

Nee goed. Ik stop er maar weer eens mee ^^” Wens me veel succes en bid vooral voor me 8D

Liefs,
Neko.

x

Lieve Peter Pan.

Ik heb geen idee of je je nog kunt herinneren dat ik je ooit geschreven heb, want je hebt tot op de dag van vandaag nog altijd niet op mijn briefje gereageerd, maar ik wil je graag zeggen dat het niet meer nodig is om mij te ontvoeren naar Nooitgedachtland. Ik ga later met Roy op een heel groot landgoed wonen, met daarop een fijn en knus huisje met een torentje waarin ik kan schrijven en een hele grote tuin vol appelbomen die in de lente vol bloesem staan - en onder één van die bomen gaan we dan trouwen, ik in een witte jurk en hij in zijn gilet, en dan creëren we ons eigen Nooitgedachtland wel.

Liefs,
Neko.

Ik ween om bloemen

Soms vraag ik me af hoe het moet voelen om een paardenbloem te zijn; om als klein zaadje neer te strijken op een grasveld en je tegoed te doen aan zonlicht en zure, Hollandse regen; om te groeien en te groeien tot je zo groot bent dat je je ontluikende knop boven het gras kunt uitsteken en hem uiteindelijk kunt ontvouwen tot een ronde, gele waaier. Eindelijk ben je groot, en mooi, en precies zoals de bloemen om je heen; volgroeid en kleurrijk, als een regenboog, maar dan solide.

Soms vraag ik me af hoe het dan moet zijn om zonder enige vorm van proces tussen de vernietigende messen van de grasmaaier te moeten verdwijnen, enkel en alleen omdat je wetenschappelijk gezien onkruid bent. Ik zou willen weten hoe het is om jezelf vervolgens weer helemaal te moeten herstellen, een nieuwe knop te moeten vormen en die opnieuw te ontvouwen, zelfs al weet je inmiddels dat dat gevaarlijk is, en hoe je gedurende de zomer nog een aantal keer van je grootste trots beroofd wordt - want geel hoort niet thuis in het gazon van iemand met oog voor detail.

En soms vraag ik me af hoe het moet zijn wanneer men pas oog voor je krijgt op het moment dat je uitgebloeid bent, met als reden dat één of andere mensenmythe beschreven heeft dat er een wens gedaan mag worden met het wegblazen van de zaden van een paardenbloem. Op het moment dat de lucht uit gebolde wangen de parachutjes onderschept, weet je dat het voor jou gedaan is - het verhaal van leed en smart zal doorverteld worden door jouw nakomelingen, op het onbeschreven gazon, welke de eigenaar voor eeuwig onbeschreven zal willen laten.

Tot aan zijn dood.

Maar paardenbloemen zijn in geen enkele zin onkruid; paardenbloemen zijn doorzetters, en ik bewonder hen daarom.

x x x

We stonden op het topje
van de wereld, tussen
ijsschotsen en open wit
en de leegte van een eenzaamheid
die wij niet konden voelen.

En toch stonden we
in vuur en vlam.